Home
Welkom
Route
Afspraken
Spoed
Actueel
Team
Gezelschapsdieren
Landbouwhuisdieren
Paard
Laboratorium
Nieuws
Contact
Links
Nieuwsbrief
Inloggen
Site info

Ontwormen jongvee

Nu het voorjaar weer is begonnen en het jongvee weer naar buiten gaat wordt het weer belangrijk om over de ontwormingsstrategie te gaan nadenken. Hieronder een klein overzichtje waar u bij ontwormen van kalveren op moet worden gelet.

Algemeen. Na de lange koude wintermaanden zou je veronderstellen dat de wormbesmetting op de weilanden aardig teruggedrongen is maar door de vele sneeuwval die langdurig is blijven liggen zullen er op veel percelen toch nog vele wormeieren de winter hebben overleefd. Daarom gaan we uit van een normale wormbesmetting op het land.

De (overwinterende) beginbesmetting van het land is van een aantal factoren afhankelijk:

·         Hebben er het jaar ervoor kalveren op het land gelopen, dan is de kans op een hoge besmetting het grootst

·         Hebben er pinken of koeien gelopen dan is de kans wat lager.

·         Hebben er in het zelfde seizoen al koeien in het perceel gelopen, zonder eerst te maaien voor het inscharen dan kan er ook al een behoorlijke besmetting zijn.

 

Om een eerste ernstige maagdarmworm besmetting zo veel mogelijk te voorkomen moet een combinatie van graslandmanagement en een goede ontwormstrategie worden toegepast.

Graslandmanagement moet er toe leiden dat de kalveren in beperkte mate in contact komen met maagdarmwormen zodat een goede weerstand wordt opgebouwd. Ideaal hiervoor is het omweiden binnen drie weken naar percelen met etgroen.

Ontwormstrategie maagdarmwormen:

Is het niet mogelijk om telkens binnen drie weken om te weiden naar etgroen dan is een behandeling gewenst. Afhankelijk van de te verwachten beginbesmetting van het land kan gekozen worden voor een strategie met een wormbolus  Repidose ( bij een verwachte hoge besmetting van het land) met een werkzaamheid van maximaal 3 tot 4 maanden, of ( bij een verwachte lage besmetting van het land) na twee maanden weidegang behandelen met Dectomax ( langwerkend wormmiddel. Laat aan het einde van het weideseizoen aan de hand van mestonderzoek bepalen of een stalbehandeling nog gewenst is.

Longworm:

Er is maar een goed advies om schade door longworm te voorkomen: laat uw dieren voor het weideseizoen enten tegen deze longziekte. Want anders dan bij maagdarmwormen is omweiden naar etgroen geen probaat middel om schade te voorkomen. Mocht enten niet tot de mogelijkheden behoren dan kunnen langwerkende wormmiddelen de schade beperken. Repidose ingeven bij het uitscharen is dan een goede mogelijkheid. Ook kan voor een behandeling met Dectomax (langwerkend ivermectine) gekozen worden op de dag van uitscharen en dit na 6 weken weidegang herhalen en vervolgens elke 6 weken erna.

 N.B. Bij een lang weideseizoen of bij een nat weideseizoen kan een aangepast schema nodig zijn voor zowel maagdarmwormen- als longworminfecties. Voor informatie of een op maat advies kunt u contact met ons opnemen.

Stalvoeren vers gras en ontwormen:

 Stalvoeren van vers gras kan leiden tot maagdarmworm infectie afhankelijk van de besmetting van het gras ( zie boven ). Hoe ernstig deze besmetting voor het jongvee is, is moeilijk in te schatten maar een mestonderzoek na 2 tot 3 maanden stalvoeren geeft een goed beeld of er een infectie heeft plaats gevonden en of er een behandeling nodig is.

Voor meer informatie of een ontwormingsstrategie op maat, kunt u contact opnemen met de praktijk.

Leverbot

Leverbot blijkt een groeiend probleem te worden en dan met name de behandeling van leverbot. Er zijn geen middelen beschikbaar tegen leverbot voor melkgevende dieren. De melkfabriek voert sinds korte tijd een controle uit op leverbotmiddelen in de melk. Tribex® kan niet gegeven worden aan koeien waarvan de melk wordt geleverd. Het middel wordt gedurende langere tijd in de melk uitgescheiden. De residuen worden makkelijk aangetoond in de melk en de melkfabriek zal dan weigeren de melk op te komen halen. Er zijn geen gegevens beschikbaar over hoe lang de wachttijd voor de melk is. Het is zelfs vier weken na behandelen nog aangetoond in de melk.

Daarom adviseren we de koeien, die geweid worden in leverbotgebied eens per jaar, met het droogzetten te behandelen met Tribex®. Behandelen met Tribex® bij het droogzetten zorgt ervoor dat de leverbotinfectie wordt aangepakt. Daarnaast hoeft u tijdens de droogstand geen rekening te houden met de wachttijd op de melk. Voor meer informatie over de aanpak van leverbot en een passend advies kunt u contact op nemen met een van de rundveedierenartsen.

Om de leverbotsituatie op uw bedrijf te monitoren kunnen melkveehouders zich bij de GD abonneren op tankmelkonderzoek leverbot. Hiervoor wordt er in oktober een tankmelkonderzoek gedaan om te controleren of uw melkvee in aanraking is gekomen met leverbot. U kunt dan tijdig maatregelen nemen en eventueel een behandeling starten.

 

De regels rondom vervoer van wrak vee en noodslachting

Dierenartsen worden steeds vaker gevraagd een verklaring te schrijven, waarin opgenomen dient te worden dat een dier geschikt is om te vervoeren.  De transportverordening geeft echter aan dat geen enkel ziek of gewond dier vervoerd mag worden. Voor alle duidelijkheid is hieronder nog even aangegeven welke dieren zeker niet vervoerd mogen worden.

Bron: Transportverordening (EC nr 1/2005)

Is het vervoer van wrak vee nog toegestaan?
Nee; een dier dat meer dan licht ziek of licht gewond is mag niet langer worden vervoerd. Eén uitzondering daarop vormt het vervoer van een dier naar een diergeneeskundige praktijk of diergeneeskundige kliniek dat door een dierenarts is voorgeschreven. Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd m.n. in de volgende gevallen:

  • Ze zijn niet in staat zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen;
  • Ze hebben ernstige open wonden of een prolaps;
  • Ze zijn drachtig en in de laatste 10% van de draagtijd;
  • Ze hebben in de week ervoor geworpen;
  • Pasgeboren zoogdieren waarvan de navel nog niet volledig geheeld is;
  • Biggen jonger dan 3 weken, lammeren jonger dan 1 week, kalveren jonger dan 10 dagen, tenzij zij over minder dan 100 km worden vervoerd;
  • Pups en kitten jonger dan 8 weken tenzij samen met hun moeder;

  

Dieren die aangeboden worden voor de noodslacht kunnen alleen goedgekeurd worden voor humane consumptie op het moment dat ze gezond zijn, maar door een ongeluk niet meer vervoerd kunnen worden. Zieke dieren kunnen dus niet goedgekeurd worden voor de noodslacht.

 

 

Belangrijke wijzigingen paard I&R wetgeving per 1 juli 2009.


Vanaf 1 juli 2009 moeten alle paardenpaspoorten voorzien zijn van een hoofdstuk” medische behandeling”. Hier kan door de eigenaar worden aangegeven of een paard wel of niet na de dood bestemd is voor de slacht. Wordt er niets aangegeven in het paspoort dan is het paard automatisch bestemd voor de slacht.

Deze maatregel heeft te maken met de voedselveiligheid, iets waar de gemiddelde paardenhouder niet veel mee te maken heeft. Paarden kunnen namelijk na hun dood in de consumptieketen terecht komen, en daarom is een goede registratie van gebruikte diergeneesmiddelen van belang. De dierenarts kan dit noteren in het paspoort.

Paspoorten uitgegeven na 2004 bevatten dit hoofdstuk al, paspoorten die voor 2004 zijn uitgegeven bevatten dit hoofdstuk meestal niet en zijn na 1 januari 2010 niet meer geldig. Om dit op te lossen bestaat er de mogelijkheid om tot 1 juli 2009 een apart inlegvel medische behandelingen op te vragen bij de paspoort uitgevende instantie van uw paard. De kosten hiervan bedragen E 7,50. Na 1 juli 2009 kan dit niet meer en moet er een nieuw paspoort aangevraagd worden, waarvan de kosten afhankelijk van het stamboek E20,- tot E40,- bedragen.

Eventueel verdere informatie kan worden gevonden op www.nl-paardenpaspoort.nlen www.knhs.nl/paardenpaspoortof via de dierenartsenpraktijk.In de paardenmedia wordt aan deze regelgeving ook aandacht geschonken, maar wij vonden het belangrijk om u als paardenhouder hierop attent te maken.

Nieuwsbrief

Klik hier om naar de nieuwsbrief te gaan.